Image Image Image Image Image Image Image Image Image

2016 maart

Marieke Hopman

By

28 maart 2016

Recht op educatie: wat is het meest belangrijk?

28 maart 2016 | By | No Comments

Eén van de vele dingen die ik de laatste tijd van kinderen leer (dit keer even in het Engels i.v.m. drukte):

It’s funny; when I started my research on the child’s right to education I guess I was prejudiced, with hindsight, thinking that the right to education had mostly to do with the content of education (maths, reading and writing, etc) and the form in which it is taught (is it interesting, fun, does it make you curious?, etc). This is also the area in which I teach about 80 becoming-primary school teachers each year.
 
However, the more I speak to children about the subject, the more I begin to understand that in fact the most important thing about the right to education BY FAR is its social side. From a child’s perspective, in the first place education is about learning social skills, about belonging, acceptance and rejection, problem solving and conflict resolution.
 
Yes, the content is important too and everyone wants to learn how to read and write. But really the social side is much more important. It is a condition; if you are being bullied, you cannot focus on schoolwork. It is the thing that they are most worried about, it is the thing that is most on their mind every day. It is also the thing children argue they will need most when they grow up. Yes you need basic skills, but you do not really necessarily need the things that will get you straight A’s in school. What you do absolutely need however are social skills. To lead a happy and successful life you need to find a way to belong, to feel good around people (as we are not hermits), you need friends. This is the most important thing about education. And this, the children tell me, adults mostly do not understand at all.
 
I can’t believe I did not realize this before, after years of working in, and studying, education. I am sure my students-becoming-teachers never learn about social skills, group dynamics, and how to guide their primary school children in this process. But most of all, I am happy that so many children have been taking the time lately to teach me this basic understanding about their rights. The things we can learn from children…

– I have now started to plunge myself into the (academic) literature about social skills and group dynamics in education. If anyone wants to learn about it, I greatly recommend reading “Best Friends, Worst Enemies”, a wonderful and very accessible book by dr. Michael Thompson (a child psychologist working in educational contexts on exactly this subject).

Marieke Hopman

By

21 maart 2016

Studeer mee: rechtsbewustzijn van kinderen in Panama

21 maart 2016 | By | No Comments

Tekst: v.d. Kroon, C. (2015) ‘“Costa Rica is preti!”: Het rechtsbewustzijn van inheemse, Panamese Ngäbe-kinderen die (tijdelijk) migreren naar Costa Ricaanse koffieplantages’, Tijdschrift voor Jeugd en Kinderrechten 16(3), pp. 216-233.

Introductie
Carrie v.d. Kroon is in 2013 in Panama en Costa Rica geweest voor veldonderzoek onder de Ngäbe bevolking, een inheemse bevolkingsgroep van Panama. Haar onderzoek richt zich op het deel van de bevolking dat jaarlijks naar Costa Rica reist om daar op de plantages koffie te plukken.

In haar artikel focust v.d. Kroon op de ervaringen van de 52 kinderen waarmee zij sprak, van wie zij door middel van rechtsantropologische methodologie en interpretatie wil weten hoe het stond met hun rechtsbewustzijn (p. 218). De antwoorden die de kinderen geven legt zij naast informatie van volwassenen, opgedaan vanuit gesprekken met lokale professionals en literatuurstudie (p. 219).

Wat opvalt is dat er een grote discrepantie is tussen het internationale (kinder)rechtenkader, en de dagelijkse ervaringen van kinderen, inclusief de betekenis die zij hieraan geven. Aan de ene kant wordt in de literatuur een zeer negatief beeld geschetst van de situatie van deze mensen: ‘[d]e arbeidsmigranten van de Ngäbe-Buglé […] bevinden zich in de moeilijkste positie, daar zij “verreweg de meest uitgesloten en armste migranten zijn”’ (p.221). De kinderen zijn daarbij nog extra kwetsbaar. V.d. Kroon conludeert dan ook dat het hier dus gaat ‘om de meest gemarginaliseerde van de gemarginaliseerde groepen, die het minst zichtbaar zijn en het minst gehoord worden’ (p. 221). Aan de andere kant concludeert zij op basis van de gesprekken met kinderen: ‘de Ngäbe-kinderen zijn zonder uitzondering enthousiast wanneer zij denken aan Costa Rica’ (p. 219). Zij vinden het een mooi land, vinden het werk, de natuur en het huis waar ze wonen leuk (p. 219, 221-24).

Wat zegt dit over het rechtsbewustzijn van kinderen? Volgens v.d. Kroon zijn de kinderen zich ‘wel degelijk bewust van hoe dingen ‘horen’, wat wel en niet mag […] Zij spreken in termen van goed en kwaad […] regels en verantwoordelijkheden, zonder dit aan formeele rechten te koppelen’. Op basis van de bovengenoemde discrepantie geeft zij aan dat ‘op basis van de (negatieve) beelden van volwassenen omtrent kinderarbeid en abstracte, universeel geldende mensenrechtennormen die kinderen moeten ‘beschermen’, maatregelen genomen kunnen worden die volgens kinderen en adolescenten zelf niet noodzakelijk noch gewild zijn’ (p. 227).

In de afsluiting van het artikel lijkt ze echter toch een knieval te doen richting dit volwassenen mensenrechtenkader, wanneer zij schrijft dat het gat tussen de universele mensenrechtennormen en de realiteit in Centraal-Amerika kan worden gedicht ‘door het opstellen van uitvoeringsplannen, het toekennen van budget en dit specifiek te maken voor de doelgroep [etc.]’ (p. 231).

Discussiepunten

  • Hoe kunnen we toegang krijgen tot het rechtsbewustzijn, en met name het “morele kompas” (p. 227) van kinderen? Is dat belangrijk?
  • Welke rol speelt dit rechtsbewustzijn van kinderen in het vaststellen van (mensenrechten)beleid?
  • Moeten we op basis van internationale kinderrechtenverdragen maatregelen doorvoeren, ook als dit tegen de wil van een bevolkingsgroep, inclusief de kinderen, ingaat?
  • Hoe komen we dit tegen in ons eigen, dagelijkse werk?
  • Gaat deze vorm van kinderarbeid in Costa Rica in tegen het IVRK? Zouden we bv kunnen zeggen tegen deze kinderen “jullie werk is een belangrijk deel van jullie educatie, jullie ontwikkeling naar volwassenheid”?

 

Marieke Hopman

By

17 maart 2016

Politiek debat over thuisonderwijs

17 maart 2016 | By | 11 Comments

Gitseren heeft de commissie OCW gedebatteerd over thuisonderwijs. Momenteel is thuisonderwijs niet toegestaan, tenzij ouders ontheffing hebben van de leerplicht vanwege geloofsbezwaren met betrekking tot regulier onderwijs. Sterker nog: ouders die momenteel via deze weg ontheffing van leerplicht krijgen (leerplichtwet 5b), hoeven helemaal geen onderwijs te geven aan hun kinderen, er is geen enkele controle op wat er met deze kinderen gebeurt.

Je begrijpt waarom men hier verandering in wil brengen.

In de praktijk wordt er geschat dat er momenteel 617 kinderen thuis onderwezen worden in Nederland.

Het debat was heftig en zeer boeiend. Wat mij vooral interesseerde was dat het een discussie was over welke juridische norm de bovenhand zal voeren. Is het recht van educatie het recht van het kind, en moet die daarom meebepalen hoe zijn/haar onderwijs eruit ziet? Of is het kind het eigendom van de ouder, en mogen ouders daarom kiezen welke vorm van onderwijs kinderen krijgen (wellicht onder bepaalde voorwaarden met een onderwijsinspectie die thuisonderwijs controleert)? Of zijn kinderen van de staat en moeten ze daarom “gewoon” naar school?

Zo zei dhr. Bruins (CU), bijvoorbeeld dat er in de discussie twee grondrechten botsen: ‘het recht van het kind op onderwijs en de schoolplicht enerzijds, en het recht van ouders om primair te kiezen voor de opvoeding en het onderwijs dat hun kind krijgt’. Hij meent dat wanneer ouders op deugdelijke manier onderwijs geven thuis, dit niet onmogelijk moet worden gemaakt. van Meenen (D66) argumenteerde echter als volgt: ‘recht op onderwijs, dat komt in mijn ogen het kind toe. Niet de ouder, niet wie dan ook, maar het kind’. Straus (VVD) sprak ook over twee rechten; de vrijheid van onderwijs, wat bestaat uit keuzevrijheid van ouders, en het recht van kinderen op goed onderwijs. Door thuisonderwijs af te schaffen zouden we vrijheid in onderwijs verliezen. Daarom wil zij thuisonderwijs toestaan, maar als uitzondering; de norm blijft dat kinderen naar school gaan. Hierbij gaf v. Dijk (SP) weer aan dat het formaliseren van thuisonderwijs wellicht een aanzuigende werking zal hebben.

Staatssecretaris Dekker lijkt in zijn beantwoording te zoeken naar een middenpositie in het debat; aan de ene kant zegt hij dat een kind het beste tot zijn recht komt in de sociale omgeving van de school, met onderwijzers die daar een opleiding voor hebben gevolgd. ‘In sommige situaties is schoolonderwijs echter niet mogelijk of wenselijk, volgens de ouders, en dan loopt het recht van kinderen op goed onderwijs gevaar. Daarom wil ik thuisonderwijs als een volwaardige vorm van onderwijs naast het schoolonderwijs wettelijk mogelijk maken, en dat zou dan mogelijk moeten zijn voor alle ouders en niet alleen voor ouders met levensbeschouwelijke bezwaren’. Hier zegt hij dus eigenlijk: schoolonderwijs is voor de kinderen het beste, maar soms zijn ouders het daarin niet met mij (overheid) eens, en als ze dan voor thuisonderwijs kiezen moeten we daar in ieder geval de kwaliteit van controleren.

Aan de andere kant zegt hij: ‘Aan wie komt het recht van onderwijs toe? Ik ga daar een heel eind mee met wat dhr. Van Meenen heeft gezegd, dat het recht op onderwijs een recht is wat kinderen toekomt. Als je kijkt naar het internationaal recht, staat het recht van onderwijs niet voor niets ook in het IVRK. Dat zijn rechten die kinderen hebben, los van hun ouders. En ik vind dat wij ook als overheid een taak hebben om niet alleen de vrijheid en de soevereiniteit van ouders te bewaken, maar dat wij ook de plicht naar kinderen hebben om ervoor te zorgen dat zij los van hun ouders goed onderwijs krijgen […] het is niet zo dat het recht van ouders om de keuzes voor hun kinderen te maken altijdvoorgaat’. Het idee om kinderen actief te betrekken bij een keuze voor wel/niet thuisonderwijs vindt hij dan ook ‘een sympathieke en interessante gedachte’.

Al met al lijkt het er op dat de staatssecretaris er nog niet uit is. Zoals dhr. Bisschop aangaf: het onderwerp is nog niet (voldoende) gerijpt.

Hier: Verslag Algemeen Overleg 16 maart 2016 vindt u een uitgebreid verslag van dit debat, de standpunten van alle partijen, de reactie van de staatssecretaris en de tweede termijn. De audiofile is helaas te groot om te uploaden, maar voor wie wil kan ik deze toesturen (geef dan even een reactie hieronder).

De leerplichtwet zal naar verwachting in 2017/2018 wijzigen.

 

Marieke Hopman

By

14 maart 2016

Klein verslag veldonderzoek

14 maart 2016 | By | No Comments

Maandag 15 maart 2016

Vandaag ongeveer 350 km gereden om onderzoeksgesprekken te voeren aan een hele andere kant van het land. Het was het waard: ik sprak met een moeder en haar kind die veel moeite hebben gehad om onderwijs te combineren met de speciale behoeften van dit kind.

Twee bijzondere dingen gebeurden; ten eerste, had het kind tegen zijn moeder gezegd dat hij niet met mij wilde spreken (zijn autisme en medische conditie maken een conversatie soms moeilijk), maar eenmaal daar besloot hij om toch met mij in gesprek te gaan. We hadden een lang gesprek over zijn recht op educatie, een gesprek waar ik veel van heb geleerd.

Ten tweede had ik de auto om op deze plek ver weg te kunnen komen, gehuurd van particulieren via een online platform…en ik was te laat om deze terug te brengen. In plaats van mij dit te verwijten, kreeg ik zojuist een berichtje van de eigenaren dat ze mij de huur niet volledig in rekening zullen brengen, als een bijdrage aan mijn onderzoek…te gek!

Twee bijzonderen dingen die me bijna het verdrietige gevoel doen vergeten, wat ik vaak moeilijk los kan laten na een dag luisteren naar verhalen over onrechtvaardigheid, frustraties, botsingen van ideeën over “het belang van het kind”, en de arme kinderen die daar bijna nooit beter uitkomen. Het is moeilijk te geloven, de kinderrechtenschendingen die structureel plaatsvinden in dit rijke, westerse, democratische en zeer geciviliseerde land genaamd “Nederland” (zoals, naar ik aanneem, ik elk land wel dingen niet pluis zijn, die je pas ziet als je verder onderzoek gaat doen). Laten we zeggen: er is ruimte voor verbetering.

Marieke Hopman

By

1 maart 2016

Het kindperspectief in recht op educatie in Nederland: een rechtszaak

1 maart 2016 | By | No Comments

Vandaag onderzoek ik rechtszaken gevoerd rondom het recht van kinderen op educatie in Nederland. Hieronder een (engelstalig) kort verslag van een zeer opvallende zaak, waarbij een kind van zeer religieuze ouders niet meer thuisonderwijs wil volgen, maar naar regulier onderwijs wil.

Today I am researching the court cases over the past 15-20 years with regard to the child’s right to education in the Netherlands. Most cases are very interesting and pose hard questions about who decides over children’s education; the local government, the school, the parents, the state, children?

During this research I came across this highly interesting and heartbreaking case. It is a case of a young boy whose parents are deeply religious “Seventh Day Adventists”. The boy has walked away from home several times, due to different conflicts with his parents. A most important point here is the fact that the boy is homeschooled by his parents, but he argues that the quality of this education is insufficient (he is only schooled 1,5h per day – which is normal in homeschooling).

When The boy walked away for the third time, he spent 11 days in a self-built improvised tent in a park until the police brought him to youth services. He lives in a young people’s home now. At the time of the court case, the boy had been accepted at the local gymnasium (highest level of high school education in the Netherlands).

The great thing about this case is that, in contradiction to many other cases on the right to education, here the boy himself has been heard. We could even say that the position of the child was the central issue to the case. Personally, my heart broke when I read the boys’ statement, where he stated that he wanted to go to a regular school, and in addition, that he disliked that his parents refused to hand over his personal stuff such as clothes, bank card and schoolbooks, and also that he ‘feels really bad about that his parents have let his pets die’.