Image Image Image Image Image Image Image Image Image
Marieke Hopman

By

17 maart 2016

Politiek debat over thuisonderwijs

17 maart 2016 | By | 11 Comments

Gitseren heeft de commissie OCW gedebatteerd over thuisonderwijs. Momenteel is thuisonderwijs niet toegestaan, tenzij ouders ontheffing hebben van de leerplicht vanwege geloofsbezwaren met betrekking tot regulier onderwijs. Sterker nog: ouders die momenteel via deze weg ontheffing van leerplicht krijgen (leerplichtwet 5b), hoeven helemaal geen onderwijs te geven aan hun kinderen, er is geen enkele controle op wat er met deze kinderen gebeurt.

Je begrijpt waarom men hier verandering in wil brengen.

In de praktijk wordt er geschat dat er momenteel 617 kinderen thuis onderwezen worden in Nederland.

Het debat was heftig en zeer boeiend. Wat mij vooral interesseerde was dat het een discussie was over welke juridische norm de bovenhand zal voeren. Is het recht van educatie het recht van het kind, en moet die daarom meebepalen hoe zijn/haar onderwijs eruit ziet? Of is het kind het eigendom van de ouder, en mogen ouders daarom kiezen welke vorm van onderwijs kinderen krijgen (wellicht onder bepaalde voorwaarden met een onderwijsinspectie die thuisonderwijs controleert)? Of zijn kinderen van de staat en moeten ze daarom “gewoon” naar school?

Zo zei dhr. Bruins (CU), bijvoorbeeld dat er in de discussie twee grondrechten botsen: ‘het recht van het kind op onderwijs en de schoolplicht enerzijds, en het recht van ouders om primair te kiezen voor de opvoeding en het onderwijs dat hun kind krijgt’. Hij meent dat wanneer ouders op deugdelijke manier onderwijs geven thuis, dit niet onmogelijk moet worden gemaakt. van Meenen (D66) argumenteerde echter als volgt: ‘recht op onderwijs, dat komt in mijn ogen het kind toe. Niet de ouder, niet wie dan ook, maar het kind’. Straus (VVD) sprak ook over twee rechten; de vrijheid van onderwijs, wat bestaat uit keuzevrijheid van ouders, en het recht van kinderen op goed onderwijs. Door thuisonderwijs af te schaffen zouden we vrijheid in onderwijs verliezen. Daarom wil zij thuisonderwijs toestaan, maar als uitzondering; de norm blijft dat kinderen naar school gaan. Hierbij gaf v. Dijk (SP) weer aan dat het formaliseren van thuisonderwijs wellicht een aanzuigende werking zal hebben.

Staatssecretaris Dekker lijkt in zijn beantwoording te zoeken naar een middenpositie in het debat; aan de ene kant zegt hij dat een kind het beste tot zijn recht komt in de sociale omgeving van de school, met onderwijzers die daar een opleiding voor hebben gevolgd. ‘In sommige situaties is schoolonderwijs echter niet mogelijk of wenselijk, volgens de ouders, en dan loopt het recht van kinderen op goed onderwijs gevaar. Daarom wil ik thuisonderwijs als een volwaardige vorm van onderwijs naast het schoolonderwijs wettelijk mogelijk maken, en dat zou dan mogelijk moeten zijn voor alle ouders en niet alleen voor ouders met levensbeschouwelijke bezwaren’. Hier zegt hij dus eigenlijk: schoolonderwijs is voor de kinderen het beste, maar soms zijn ouders het daarin niet met mij (overheid) eens, en als ze dan voor thuisonderwijs kiezen moeten we daar in ieder geval de kwaliteit van controleren.

Aan de andere kant zegt hij: ‘Aan wie komt het recht van onderwijs toe? Ik ga daar een heel eind mee met wat dhr. Van Meenen heeft gezegd, dat het recht op onderwijs een recht is wat kinderen toekomt. Als je kijkt naar het internationaal recht, staat het recht van onderwijs niet voor niets ook in het IVRK. Dat zijn rechten die kinderen hebben, los van hun ouders. En ik vind dat wij ook als overheid een taak hebben om niet alleen de vrijheid en de soevereiniteit van ouders te bewaken, maar dat wij ook de plicht naar kinderen hebben om ervoor te zorgen dat zij los van hun ouders goed onderwijs krijgen […] het is niet zo dat het recht van ouders om de keuzes voor hun kinderen te maken altijdvoorgaat’. Het idee om kinderen actief te betrekken bij een keuze voor wel/niet thuisonderwijs vindt hij dan ook ‘een sympathieke en interessante gedachte’.

Al met al lijkt het er op dat de staatssecretaris er nog niet uit is. Zoals dhr. Bisschop aangaf: het onderwerp is nog niet (voldoende) gerijpt.

Hier: Verslag Algemeen Overleg 16 maart 2016 vindt u een uitgebreid verslag van dit debat, de standpunten van alle partijen, de reactie van de staatssecretaris en de tweede termijn. De audiofile is helaas te groot om te uploaden, maar voor wie wil kan ik deze toesturen (geef dan even een reactie hieronder).

De leerplichtwet zal naar verwachting in 2017/2018 wijzigen.

 

Comments

  1. Hoi Marieke,

    Leuk dat je het algemeen overleg gisteren ook gevolgd hebt! Ik vroeg me af: gisteren sprak Van Meenen over een onderzoek (waarin de rechten van het kind op onderwijs ihkv thuisonderwijs besproken zou worden), bedoelde hij daarmee jouw promotieonderzoek?
    En dan ben ik ook gelijk benieuwd naar hoe het daarmee gaat. Hoe ver ben je inmiddels met het deel over thuisonderwijs? Heb je voldoende thuisonderwijzers kunnen vinden om te interviewen?

    Groetjes,
    Eva

    • Marieke Hopman

      Hoi Eva,

      Dank voor je berichtje! Ik heb van Meenen niet gesproken nav het debat, en ik was zelf ook verbaasd dat dat punt naar voren kwam. Ik heb wel eerder hem wat over mijn onderzoek verteld, en dat ik inderdaad onderzoek doe vanuit kindperspectief. Dus ja, ik denk wel dat hij daarop doelde, tenzij er nog een ander onderzoek gaande is..

      Het onderzoek loopt goed maar is echt nog niet af. Naast thuisonderwijs richt ik me ook op thuiszitters (die uiteraard ook soms thuisonderwijs krijgen) en Roma. Vooral van die laatste twee groepen ga ik nog een aantal mensen spreken. Op zich heb ik al aardig wat thuisonderwijzers gesproken, het enige wat nog wel echt ontbreekt is een gezin wat aan unschooling doet. Dus mocht je daar nog iemand van weten met wie ik bv contact op zou kunnen nemen… dat zou super zijn.

      Groet,
      Marieke

  2. Katinka Slump

    Kan je misschien op weg helpen, veel contacten met ouders.

    • Marieke Hopman

      Aanbod neem ik graag aan! Ik zie hierboven je emailadres, dus ik stuur een mailtje! Groet

      • Marjan Goosen

        Hoi Marieke,

        Ik ben één van de ouders waar Katinka Slump op doelt.
        Moeder van een 15 jr. thuiszitter (2 jr), sinds 1 jr IVIO thuisonderwijs.

        • Marieke Hopman

          Hoi Marjan,

          Dank voor je bericht, mochten jij en je zoon/dochter mee willen doen aan een onderzoeksgesprek: graag. Misschien kun je even een mailtje sturen (m.j.hopman@uvt.nl) dan stuur ik even wat meer info?

          Hartelijke groet

  3. Hallo Marieke,

    Ook wij kunnen mogelijk iets betekenen. De doelgroep die in deze discussie buiten de boot valt is de groep kinderen/jongeren die thuis zit omdat ze simpelweg niets met het systeem kunnen. Wij noemen ze de zelflerende leerlingen. Het is belangrijk om helder te krijgen welke wetten en rechten zich verhouden tot elkaar, daar weet Katinka je alles over te vertellen. Daarnaast is het heel belangrijk een discussie te voeren over curriculum, 21th century skills, nieuwe, efficiëntere vormen van leren, etc. anders zitten er steeds meer dan minder kinderen thuis, die tendens is er al. Laten we kennismaken!

    Groet Indi

    • Marieke Hopman

      Beste Indi,

      Dank voor je bericht, en fijn dat je mee wilt denken! Ik heb al wel contact gehad met hartverwarmendwijs, o.a. telefoongesprek met Lex Hupe, oproep voor deelnemers onderzoek op de facebookpagina’s van HVW en expertisecentrum.

      Mooie term, de zelflerende leerling.

      Wat betreft de link die je legt met huidige schoolsysteem: helemaal mee eens. Ik voer daarom ook gesprekken in regulier onderwijs, bv gisteren op bezoek geweest in een plusklas, en binnenkort naar een democratische school. Bovendien begeleid ik een onderzoek door Pabo studenten naar onderzoekend leren in het PO, dus ja, eens, we moeten zeker (ook) kritisch kijken naar het schoolsysteem..

      Kennismaken: graag, misschien kun je even een berichtje sturen (m.j.hopman@uvt.nl)? Dan spreken we wat af.

      Groet,
      Marieke

  4. Het is ook in dit debat goed te merken dat we hier niet met volksvertegenwoordigers te maken hebben, maar met zetbazen van de educratie.

  5. Marieke,

    In het artikel lees ik dat je neigt onderwijs als recht te zien wat kinderen toekomt (ipv dat kinderen het bezit zijn van ofwel ouder of staat). Ik denk ook aan de motie van Meenen.

    Waar ik dan benieuwd naar ben; zou je die lijn dan ook doortrekken tot de emancipatie van het kind, dat kinderen er bijvoorbeeld voor zouden kunnen kiezen om zich wanneer zij willen te emanciperen om dezelfde rechten te vekrijgen als volwassenen? Denk aan stemrecht, vrij reizen, werken… En natuurlijk mogen geemancipeerde kinderen dan ook niet gedwongen worden naar school te gaan…

    • Marieke Hopman

      Beste Leo,

      Goede vraag! In dit blogbericht heb ik vooral geprobeerd om de kern van de discussie die tijdens dit politieke overleg werd gevoerd, naar voren te brengen. Ik heb daar zelf geen positie in genomen.

      Wel is mijn onderzoek natuurlijk een onderzoek naar kinderrechten, en kijkt het vanuit het kindperspectief naar de casus recht op onderwijs. Daarbij ga ik er in de onderzoeksopzet dus wel vanuit dat het mogelijk is dat kinderen hier zinnige en relevante dingen over te zeggen hebben (en dat het dus de moeite waard is voor mij als onderzoeker om met kinderen te praten). Maar er zou ook uit het onderzoek kunnen blijken dat dat helemaal niet kan, of niet zinnig is, al zou dat me verbazen omdat uit veel ander onderzoek al blijkt dat je goed met kinderen als respondenten kunt werken.

      Dat wil niet zeggen dat kinderen alles zelf mogen beslissen of mogen stemmen e.d. Er zijn kinderrechten onderzoekers die vinden dat dat inderdaad zo zou moeten zijn, of bv dat kinderen mogen stemmen op de leeftijd waarop zij ook strafrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden.

      Ik ben zelf van mening dat wetenschappers zich hier niet normatief over uit moeten laten maar dergelijke keuzes aan politiek moeten overlaten. Een wetenschapper kan voorleggen wat uit onderzoek blijkt, bv empirische gegevens (Partij A zegt X, partij B zegt Y en is daarom in conflict met partij A), en ook inconsistentie e.d. aanwijzen (Partij A zegt X maar zei eerder Y). De keuze wat er met deze informatie moet is aan de politiek (zie ook Weber’s “methodology”).

Submit a Comment